woensdag 25 juli 2007

Telefoon!

Soms gebeurt het ineens: dan word je gebeld door een bekende die niets zegt. Je roept je naam een paar keer, maar krijgt geen antwoord. Je hoort slechts geschuifel, geloop, soms een rijdende auto of wat gesmoord gemompel. Het bellen was per ongeluk. Iets riep je nummer op in de binnenzak van je kennis, vriend of anderszins. Dus kun je zeggen dat iemand je belt om je een stukje van zijn leven te laten horen.
Zo'n beller is zelden aangenaam getroffen als je hem vertelt dat hij je per ongeluk belde. Meestal schrikt hij en vraagt: maar wat hoorde je dan? Wat deed ik?
Ik moet zeggen: wat ik hoorde, is altijd een beetje teleurstellend. Ik bedoel: ik kan me er zoveel meer bij voorstellen. De reactie is vaak een stuk interessanter. Zeker als je vraagt: maar wat dénk je dat ik hoorde?
(Nu kan dit allemaal ook projectie zijn, want zo kun je mij snel en effectief op de kast krijgen.)
Overigens hoef je niet te wachten tot iemand je daadwerkelijk belt. Je kunt het tegen iedereen zeggen die jouw nummer in zijn of haar toestel heeft staan. Dat doe je bijvoorbeeld als je je een een beetje verveelt. Waarom niet? Zo ontstaan de beste gesprekken.

3 opmerkingen:

Ed zei

Zo, naar de kapper geweest?

Karin zei

Het zijn meestal mannen die je per ongelukg bellen; over het algemeen zijn het namelijk broekzak-incidenten. Voordeel daarvan is dat zo'n broekzak de geluiden dempt. Anderzijds wordt spontaan bellen natuurlijk toch vrijwel zeker veroorzaakt door beweging. En wanneer komt een broekzak in beweging? Natuurlijk, gaan zitten, gaan staan en op de fiets springen zijn de onschuldiger varianten.

Flopke zei

Giechel, Karin, dan zou je toch meer van die opgevangen gesprekken mogen verwachten.
En Ed, ik zal mijn haar weer eens kammen. (Heb wel eens gelezen dat er mensen zijn die het een paar keer per week doen.)