Gisteren sprak ik de buurman aan. Niet de buurman van beneden waarmee ik nog altijd niet kan mailen, maar die weet dat ik blog. Ik sprak de buurman aan van hiernaast, boven. (Eigenlijk weten jullie nu bijna hoe ik woon.) Die buurman heeft net een baby gekregen.
Ik zei: gefeliciteerd, buurman.
Hij keek me aan, midden in mijn gezicht.
Toen dacht ik: hoe goed kent hij me nu? Hij ziet mijn ogen, maar wat ziet hij eigenlijk? Niet mijn vertwijfeling over of ik wel had moeten zeggen wat ik zojuist gezegd heb. Niet mijn chagrijn omdat het morgen weer gaat regenen. Niet mijn vrolijkheid, omdat ik nu weet wat de zin van het leven is.
Hij reageerde althans heel normaal. Bovendien keek ik een groot deel van het gesprek naar zijn voeten en naar de boodschappen die hij onhandig onder zijn armen klemde. (Hij krijgt het nog druk, de buurman.) Weet hij dat ik nu aan hem zit te denken? Jullie wel. Ik bedoel maar! Wie kent me dan het beste?

