woensdag 25 juli 2012

Wat ik nog niet wist



Ik kan - nee ik wil - jullie best iets over mijn vakantie vertellen, bedacht ik me gedurende een lange autorit. Bijvoorbeeld over wat ik allemaal nog niet wist (maar nu wel). Want ik heb veel geleerd de afgelopen weken.
Alleen is het vandaag zo warm als in Nice.
En ook zo licht.
Kijk maar. Een foto die je gerust overbelicht kan noemen.
Van dat weer ga ik nog maar even profiteren, want ik heb begrepen dat het in Nederland deze zomer niet altijd zo warm is.
Zucht.

zaterdag 26 mei 2012

Dit had een het briljante einde moeten zijn



Er waren nog veel dingen die ik wilde beschrijven van de wandeling. De sleutel van de hotelkamer (Wie bedacht dit? En vooral: waarom?).



Het mandje (Wat was het moment dat de maker dacht: zo is het goed? Dit zetten we bij de gasten op tafel?)

En het zwarte gat (hier zou ik heel diepe gedachtes bij krijgen, ik wist het zeker, toen ik de foto maakte).



Maar ik slaag er niet meer in. De wandeling ligt alweer even achter ons. Mijn reeksje zou moeten eindigen met een paukeslag, een mooie afronding, een stuk waarna iedereen weer verder zou kunnen.
Maar ik heb geen paukeslag. De reeks loopt af, zoals het leven afloopt, het beste is geweest en opeens is het er niet meer.
Wij moeten door. Maar ja...
Waarheen?

zaterdag 12 mei 2012

De reiziger en het sukkeltje


(Overigens, voordat hier het idee ontstaat dat Pietervrouw een sukkeltje is en ik de grote reiziger, Pietervrouw heeft wereldreizen gemaakt, is gaan wandelen op Groenland, waar ze wekenlang overleefde in de kou en regen en op droog voedsel, terwijl ik de zenuwen krijg als ik een nachtje ergens anders moet slapen. Pietervrouw neemt net zo makkelijk het vliegtuig als ik op de fiets stap, nee, gemakklijker, want als het koud is of gaat regenen, blijf ik binnen. En als ik ga vliegen, loop ik wekenlang te kermen.
Pietervrouw heeft slechts één mislukte reis gemaakt, in een ver verleden, een reis waarvan ze vroegtijdig terugkeerde, omdat het niet ging.
En dat was een fietstocht met mij.)
(Zucht.)
(Geen idee hoe ik dit moet illustreren.)

zondag 6 mei 2012

Wat loop jíj móói, Flopke!

Nooit eerder wandelde ik twee dagen, ik vroeg me af of ik het zou volhouden, omdat ik niet de grote afhaker wilde zijn. Ik maakte me daar een beetje zorgen om. Maar het ging goed. Op een gegeven moment draaide H zich om en riep bewonderend: 'Wat loop je mooi, Flopke, je loopt als een kievit.'
Dat was fijn om te horen, want H (de andere) zegt doorgaans dat hij mijn loopje van veraf herkent, omdat het zo raar is. Ik loop als een eend, of nee, een gans meer, maar dan anders. Verend liep ik verder.
Ondertussen zei H tegen Pietervrouw: 'Gaat het? Je sleept een beetje met je been.'
'Ja,' viel H hem bij. 'Dat viel mij ook al op. Er was iets met je heup toch? Nou, dat kun je heel goed zien. Ik hoop dat je het volhoudt!'
We liepen verder terwijl Pietervrouw me toefluisterde: 'Nou Flopke, wat loop jij móói! Goh, valt echt op, zo móói! Zeker vergeleken mij en mijn slepende been.'
En dit is een foto van Pietervrouw. Kijk, er wordt een propje naar haar hoofd gegooid, een fractie van een seconde later zal het haar raken.

zaterdag 5 mei 2012

Flopke, concentréér je een beetje...



Heb nog steeds mijn verhaal over de wandeltocht niet afgemaakt, nog lang niet, ik heb er nog zoveel over te vertellen, maar ik raak steeds afgeleid. Er zijn nog andere dingen die mijn aandacht vragen, jullie moeten niet denken... Ik bedoel...
Flopke, concentréér je toch eens een beetje!
Morgen ga ik verder.
Echt.
Vanaf morgen gaat het lukken. Jullie zullen versteld staan van wat ik dan allemaal blijk te kunnen.

zondag 29 april 2012

Dunne wát?


Ga ik nu de wandeling verder afraffelen, want er is nog een hoop te vertellen. Bijvoorbeeld over wat we onderweg tegenkwamen en hoe je daar dan eindeloos over kunt tobben. En dan heb ik het nog niet eens over de Oude Breezerweg, en dat ik gelijk achterdochtig de omringende bosjes begon te inspecteren. Ik las het verkeerd.




Maar neem bijvoorbeeld de firma Dunnewind. Daar kwam ik echt niet uit. Je heet Dunnewind, daar ben je je hele leven mee gepest en toen je ouder werd, viel men gegeneerd stil als je je voorstelde. Je laat je naam niet veranderen en dat is verwijtbaar, maar dat snap ik nog wel. Het kost geld en moeite. Maar waarom, als je een bedijf start, noem je het zo? Waarom bedenk je geen naam als: DW Transport services? Wind Logistics. Groupe de Vent Mince?
Dat snap ik dus echt niet.

donderdag 26 april 2012

Niks mee te maken!


Voor ik met de wandeltocht verderga, nog even dit. Gister was het weer feest op het spoor. Stremming tussen Utrecht en West-Nederland. Na drie keer van spoor 5 naar spoor 14 te zijn gehold, werd duidelijk: de trein vanuit Nijmegen op spoort 5 zou gelijk teruggaan naar Nijmegen. Het werd meermaals omgeroepen en ook op het perron stond het aangeven.
Eenmaal in de trein, opgelucht dat we onze weg uit deze chaos hadden weten te rennen, zei de omroep: 'Deze trein gaat naar Amsterdam.'
Zuchtend stapten wij uit. Een rijtuig verder stond er een conducteur in de treindeur. Het was een bleke kale man, met korreltjes rond de ogen. Er had zich een trosje reizigers om hem heen verzameld.
Ik kan verlegen of ongemakkelijk zijn, maar nu kwam het stoom uit mijn oren. Ik liep er naartoe, ging voor de reizigers staan en vroeg op hoge toon hoe of het zat.
Hij had geen idee, maar hij ging naar Amsterdam.
Maar deze trein ging niet naar Amsterdam, want er was een stremming.
Stremming of niet, het was zo afgesproken en hij was niet van plan daarvan af te wijken. Officieel had hij nog niets gehoord.
'Maar wij wel,' riep ik. 'En deze zou naar Nijmegen gaan, het staat aangegeven en is omgeroepen.'
Kon hem niets schelen. Hij ging naar Amsterdam en wel met deze trein.
'Kun je dat dan even navragen,' riep ik.
Hij schudde zijn hoofd.
'Vraag het na!' bitste ik. 'Er is een misverstand, iedereen denk dat deze trein naar Nijmegen gaat, behalve jij! Je hoort het nu van ons, dus vraag het na!'
Stoïcijns bleef hij in de deur staan, maar zijn collega was naar binnen geslopen.
Uiteindelijk ging onze trein inderdaad naar Nijmegen. Ik schoot snel weer naar binnen, en vergat in mijn haast hem nog even heel hard op zijn gezicht te beuken.
In de trein was de omroepinstallatie overgenomen door een vrouw, die bleef herhalen dat we naar Nijmegen gingen. Dat was goed, van dat bericht konden we geen genoeg krijgen.
Opeens begreep ik hoe de chaos op het spoor van de laatste jaren is ontstaan.
Daarom een oproep: beste Minister Melanie Schultz van Haege: Sluit. Deze. Man. Op!

maandag 23 april 2012

Iiiiiiiiiiiek, de crackers bewogen!

De crackers bewogen. Ik wilde een boterham pakken, maar de crackers kraakten en bewogen uit zichzelf en dan weet ik genoeg. Gasten.
En nu heb ik honger en er is niemand en ik durf niet naar beneden, zelfs niet om een foto te maken, terwijl ik de broodtrommel dicht had moeten doen en buiten had moeten zetten, maar dat durf ik nu niet meer en toen zat er nog maar één ding op en dat was het op twitter uitgillen en toen lag Twitter plat.
En nu?
Pietervrouw is er niet en niemand is er en hoe heet het ook alweer?
O ja: update zodra er meer nieuws is.

11:15
Rust in de broodtrommel lijkt teruggekeerd. Maar ik durf niet echt te kijken. Als ik vanmiddag wat koelbloediger ben en ben aangesterkt door brood dat ik straks bij de bakker ga halen, dan zal ik er een duw tegen geven en kijken of het muisje tussen de crackers in slaap is gevallen of dat het een stuk cracker naar het nestje heeft gesleept om daar haar negentien jonge muisjes te voeden.

vrijdag 20 april 2012

We gaan fout!

Pietervrouw heeft veel ervaring met lange wandelingen, ze had de route uitgezet, dus zij navigeerde. Ze volgde nauwgezet de routebeschrijving op haar papier.
En ik volg mensen met een routebeschrijving altijd. Mij hoor je niet mopperen als we verkeerd lopen, ik heb dat namelijk helemaal niet in de gaten, ik had andere gedachten te denken. Maar H&H zijn anders. H had een kaart en H had eveneens een routebeschrijving. Dus H&H sloegen al babbelend een weg in.
'Fout!', riep Pietervrouw, we moesten doorlopen.
H&H wisten het zeker. We moesten namelijk pas oversteken bij huis nummer 11, en hier was geen huis.
Pietervrouw wist het ook zeker. Ze wees op de routebeschrijving. 'Kijk, we moeten naar een grasweg met knotwilgen.'
Daar zijn we nog niet, zei H, we zijn veel eerder.
Maar Pietervrouw had de hele tijd de routebeschrijving gevolgd, dus zij kon het weten.
En het was waar, ze had de hele tijd op het papier gekeken.
Toch bleek het geweld van H&H te sterk. Pietervrouw gooide haar routebeschrijving weg, wij raapten hem op en al mopperend liep ze achter ons aan. We gingen hé-le-maal verkeerd, voor haar hoefde het niet meer.
We liepen over een grasweggetje met bomen. Verbitterd riep Pietervrouw: 'Hier hadden knotwilgen moeten staan! We zouden langs knotwilgen lopen, zo hoeft het voor mij niet meer.'
We liepen verder, H&H voorop, ik naast een mopperende Pietervrouw.
Na een half uur kwamen we bij een huis nummer 11 en liepen naar een grasweggetje met knotwilgen.
Maar Pietervrouw had zich toen al overal bij neergelegd.