donderdag 7 augustus 2014
Hij is er... bijna
En dan lag hij opeens echt in mijn brievenbus. Kijk nou! Hij is er.
En denk nu niet, wat lijkt dit plaatje op een vorige foto...
Dat is niet zo, of een beetje misschien, maar jullie snappen het niet.
Want dat is een plaatje en de bovenste is echt. Een plaatje van het echte boek, maar toch. Ik bedoel: hij is zwaarder.
Ehm...
Nou ja, kijk dan....
er staan echt letters in.
Hij is nog niet uit, maar bijna.
Nog twee weken woelen en wakker liggen.
maandag 4 augustus 2014
Stokbrood pindakaas en ander ongerief
Om kort te gaan: goed op vakantie gaan is ingewikkeld. Jarenlang ben ik naar huisjes geweest, vaak ging het goed, soms niet, ook daar kan ik een serie aan wijden. Een backpacker ben ik niet.
Kamperen vind ik leuk, tot het niet meer leuk is. Dan sta je op een mooie plek, het weer is goed, het uitzicht prachtig en verder is er niemand. Of nou ja, ergens in de verte. Het gaat goed tot je twee caravans door de velden voor je ziet rijden. Ze gaan pal naast je staan en vervolgens loopt er een man met een schotelantenne heen en weer het veld voor je te vertrappen. Af en toe houdt hij de schotel omhoog en roept met overslaande stem naar de caravan: 'En nu?'
'Niks,' hoor je uit de caravan.
Dan gaat loopt hij verder. Tot de draad strak gespannen staat.
Het frustrerende is ongetwijfeld dat het andere echtpaar de schotel neerzet, even binnen gaat zitten en dan tevreden voor de caravan neerstrijkt.
Uiteindelijk stapt het hele gezelschap in de auto en een paar uur later komen ze terug met nog een langere kabel. Het tafereel herhaalt zich iets verder naar rechts.
Dan weet je dat het tijd is om op te stappen.
Maar als dat niet meer lukt... Als het overal vol is... Als je te dicht op de buren staat en uitgelachen bent omdat de overbuurvrouw elke dag haar ontbijttafeltje nat afneemt, dan gelijk de ramen van de voortent wast en stokbrood met pindakaas eet en als je je begint te schamen over alles wat de buren van jou horen en zien, dan ga je denken: kan het ook nog anders?
zaterdag 2 augustus 2014
Er is licht
Of dit een nadeel is, weet ik niet, maar ik vraag het me wel af. Op veel campings is het niet donker, overal staan lampen. Ik probeer dat te vermijden, ga speciaal op zoek naar campings die claimen dat ze donker zijn, zodat je een beetje sterren kunt zien, maar dat lukt niet altijd. Bovendien hebben caravans en campers zelf ook lampen.
Aan de buitenkant.
En die houden ze 's nachts soms aan.
Ik begrijp dat niet.
Is het om de caravan terug te vinden als je 's nachts naar de toilethokken gaat? Maar dan kun je een zaklamp gebruiken. Bovendien hoeven ze er niet uit, want ze hebben zelf een toilet. En dan nog: het licht kun je daarna toch weer doven? Of is het om inbrekers af te schrikken? Maar die zijn er niet, wat trouwens nog verbazingwekkend is. Als inbreker zou ik het wel weten: veel campings zijn amper beveiligd en mocht je zo'n caravanslotje niet open krijgen, dan kun je het altijd nog bij een tent proberen. Misschien is het niet uitdagend genoeg, dit is ook al zo'n vraag waarover ik diep en lang zou kunnen nadenken zonder een bevredigend resultaat te bereiken. Ik zou dit afkloppen als ik hier onbewerkt hout had, maar ik heb het dus nog nooit meegemaakt.
Of brandt het licht uit een soort ordelijkheid? Het zit er, dat zal niet voor niets zijn, dus het moet aan?
En anders is het misschien omdat het gratis is. Je betaalt vaak een vast bedrag voor de elektriciteit en dan is het zonde om het niet op te gebruiken. Meer argumenten kan ik eigenlijk niet bedenken.
Nadeel of niet, het leidt mij af. Of meer: als ik het zie, begin ik me af te vragen waartoe zo'n vakantie eigenlijk dient. Dat ik op de verkeerde plek sta. Dat ik echt weg moet. Dan ga ik vaak op zoek naar de volgende plek, maar het blijft knagen.
Zoiets.
vrijdag 1 augustus 2014
Nadeel 2: Campers
Een ander groot nadeel van kamperen zijn campers.
In breedste zin.
En hoogste en langste zin.
Want waren het vroeger verbouwde busjes met een kraantje binnen en een matrasje, tegenwoordig zijn het complete woningen met niet zelden meerdere verdiepingen, een vast bed, het toilet, badkamer, keuken, eethoek en televisiezithoek. Camperkampeerders hebben vaak een ander kampeergevoel en geen grote hang naar natuur of groen. Zoals het echtpaar deze vakantie dat hun enorme voertuig op het asfalt had geparkeerd, hun stoeltjes stonden er vlak naast, ook op het asfalt. Ze hadden ieder plastic bekertjes rose in hun hand en de één zei tegen de ander: 'Lèkker hè?'
Nadeel van campers is dat het kan gebeuren dat je even naar de onvolprezen toilethokken gaat, en je terugkomt, de natuur rond je campeerterreintje is verdwenen en er een hoge witte muur naast je is opgerezen.
Vaak hebben campers de ramen open en de radio en televisie luid aan.
En dan mag je nog van geluk spreken als ze met hun rug naar je toestaan...
donderdag 31 juli 2014
Het grootste probleem
Laten we maar gelijk het grootste probleem bij de spreekwoordelijke hoorns vatten, we kunnen er niet omheen. Laatst sprak ik iemand die vaak naar vijfsterrenhotels gaat en die ook wel wilde kamperen, maar twijfelde, omdat ze zo opzag tegen de wc's.
Terecht, zei ik.
Dat is in vijfsterrenhotels een stuk beter geregeld.
Toch kamperen we massaal en veel mensen lopen tegen dit probleem op. Een veelgebruikte oplossing hiervoor is om zelf een wc'tje mee te nemen. Dat lijkt misschien handig, maar dat neemt nogal wat ruimte in, het ruikt dan gedurende je hele vakantie overal in je omgeving naar ontsmettingsmiddel, het gaat in je neus zitten. Maar vooral: je rijdt ermee rond. Het is een koffertje dat je eens in de zoveel tijd moet legen. Je ziet ze ermee over de campings lopen. Sommige dingen moet je niet willen doen in het leven, daarom ga ik naar de toilethokken.
De problemen daarbij zijn talrijk: ze zijn vaak minder hygiënisch, het zijn er te weinig, ze zijn niet van de buitenwereld afgesloten en ze zitten vol insecten.
Allemaal problemen waarvoor ik amper een oplossing weet. Ik kan alleen maar adviseren: ga niet in het hoogseizoen op vakantie. Ga nooit naar populaire campings. En vooral: bezoek het hurktoilet.
En beschouw de insecten als patroontjes op de muur.
woensdag 30 juli 2014
De nadelen van kamperen
Ik kampeer dus.Vind ik leuk: de hele dag buiten, met je blote voeten in het gras koken, 's nachts naar de sterren kijken en egels en uilen horen en daarna proberen te zien. Maar er zijn nadelen.
Dat ik kampeer, probeer ik een beetje geheim te houden, vooral omdat ik niet met een klein tentje strijdend tegen de elementen in de bergen of de woestijn sta. Daarom schaam ik me ervoor. Ik ben lui, wil per vakantie wel een paar keer op een andere plek opnieuw beginnen, en vind een tent te bewerkelijk. Een oud boevenbusje zou ideaal moeten zijn: hip, maar toch makkelijk. Maar ik ben geen monteur en ook geen prettig gezelschap als ik met pech langs de weg kom te staan. Daarom kocht ik een aantal jaar geleden de flopmobiel.
Zo. Nu weten jullie bijna alles van mij.
Eerst maar eens een goede foto van de combinatie laten zien dan maar.
maandag 23 juni 2014
Niet kijken!
In augustus komt mijn boek uit, ik zou er graag over willen vertellen, over hoe leuk ik het vind, waar het over gaat en hoe het allemaal gegaan is. Maar als ik erover vertel, onthul ik mezelf en dat kan niet, dat wil ik niet maar misschien wel erger: dat willen jullie ook niet. Ik heb er maanden over gedacht, en opeens doe ik maar wat. Ik bedoel deze kunstgreep: jullie doen je ogen even dicht, kijken niet naar de foto en slaan de onderstaande tekst voor een groot deel over.
Komt 'ie...
Dit is het boek.
Jullie kennen het vast wel: je krijgt bezoek, en op een gegeven moment denk je: wanneer gaan ze? Ik wil naar bed. En daarna denk je: ze gaan nooit meer, vanaf nu blijven ze hier voor altijd! Dat overkomt de hoofdpersoon van mijn boek. Ze had Flopke kunnen heten, maar heet Lotte. Op een dag belt Vieze Arie aan, ze wist niet eens dat ze hem kende. Maar hij staat er, hij komt binnen, gaat zitten, blijft eten en slapen. Hij vertrekt niet meer, integendeel, hij dringt steeds dieper in haar leven binnen.
Zo.
Dat lucht op.
Het moest even. Jullie kunnen je ogen weer open doen.
woensdag 18 juni 2014
Menselijk contact in winkels
Over winkelbedienden nog even dit. Ik ben geneigd te denken: een winkelbediende staat in de winkel, dan zal hij bereid zijn om mij als klant te helpen en hij weet iets van de spullen die hij verkoopt.
Nu had ik me vooraf een beetje ingelezen. Ik wilde namelijk weten waarom mijn oude webcam niet werkte en dan kom je er vanzelf meer te weten over webcams. Ik kende een paar modellen, wist ongeveer waar ik op moest letten. Maar normaal gesproken kies ik voor de makkelijkste weg: me laten voorlichten door een winkelbediende die toch niet veel beters te doen heeft.
Ik wilde een webcam die foto's kan maken, geen wereldkwaliteit, filmen is niet het belangrijkst en hij moet dus kunnen draaien op Windows 8.1. Waar kan ik dan tussen kiezen? Wat zou de winkelier me adviseren?
Vervolgens sta ik klaar om overtuigd te worden om iets te kopen dat in veel gevallen duurder is dan ik van plan was.
Maar dat gaat in de praktijk niet zo.
In de eerste winkel vroeg ik naar de webcams, een jongen wees naar een schap en boog zich weer over een schap met iets anders, om de spullen daar recht te zetten.
'Je hebt er twee,' constateerde ik. 'Is dat alles?'
'Ja,' zei hij.
'Welke zou je adviseren,' vroeg ik. Ik pak de zaken graag grondig aan.
'De rechter,' zei hij.
'Die heeft een slechte review,' zei ik. Dat had ik toevallig gezien op internet.
'Ah,' zei hij en ging weer verder met het recht zetten van de spullen.
Ik ging naar huis, zocht op een site van een grote elektronicaketen naar de webcam die ik wilde hebben, ze hadden iets, ik ging naar de winkel. Ik wil de producten graag even in het echt zien.
Er lopen in die keten veel personeelsleden rond, maar op een of andere manier zijn ze altijd allemaal druk in gesprek met een klant en anders met elkaar. Of ze lopen net weg. Toen het me gelukt was er een te strikken, vroeg ik waar de camera was die op hun site stond.
'Die hadden ze alleen online blijkbaar,' legde de jongen me uit.
'Waarom staat dat dan niet op jullie site?' vroeg ik.
Een andere klant tikte hem op de schouder en zei: 'Mag ik even kort iets vragen?'
De jongen keerde zich naar de klant toe. Maar natuurlijk mocht dat.
De klant begon over iets wat hij wilde kopen en vroeg door.
De jongen antwoordde hem, tot ik zei: 'Ja hallo! Je was nog met mij in gesprek.'
De jongen draaide zich weer naar mij toe. De klant droop af, beledigd. En ik zei: 'Maar waarom staat dan op de site dat je hem wel hebt?'
'Dat klopt niet,' zei de jongen.
'Stom,' zei ik en droop zelf af.
En toen kocht ik mijn webcam online.
dinsdag 17 juni 2014
plug&unplug&reinstall&tryagain...
Het probleem is dat als zo'n ergerniswekkende periode achter je ligt, dat je geen zin meer hebt om het op te rakelen. En dan gaat het duren, terwijl ik zoveel te vertellen heb. Over het boek bijvoorbeeld dat eraan komt, met een naam erop en hoe ik daar nou weer mee moet omgaan.
Maar goed, ik had dus een computer, met Windows 8.1 en toen stopte al mijn apparaatjes ermee. Mijn printer was snel weer ingesteld. Mijn opnameapparaat, daar heb ik zelf iets op gevonden. Maar mijn webcam... niets.
Dat klopte, hij deed het niet meer met Windows, begreep ik uit berichten van de fabrikant, dus ik kocht een nieuwe.
Over hoe je een webcam koopt, de volgende keer.
Uiteindelijk kocht een ik een degelijke, moderne Microsoft webcam. Zo eentje moet toch kunnen communiceren met een Windows-programma van zichzelf?
Maar dat is te simpel gedacht.
@Krekel dacht na, werkte, installeerde en zocht in de diepste krochten van fora naar een oplossing.
Het is gelukt.
En ik weet nu dit: Microsoft is niet plug&play is, maar plug&unplug&plug&reinstall&search&faill&try again&stay awake&try&fail&understand&failagain&try&ask&explain you tried that&search&understand&pas een instelling aan heel diep in het programma en constateer tot je verbazing dat je het blijkbaar als usb-apparaat moet instellen, omdat hij anders helemaal niets doet en hoor van Microsoft dat het aan jou ligt en probeer het dan zo snel mogelijk te vergeten.
donderdag 5 juni 2014
Traag, te druk en rare geluidjes
Mijn vier jaar oude computer begon het te begeven. Of preciezer: hij werd traag, was permanent met zijn harde schijf bezig en maakte rare geluidjes.
Lang geleden snapte ik de apparaten, maar ze werden plug&play, ik moest me er niet mee bemoeien en nu kan ik ze niet meer volgen.
@Krekel wel. Of: wat hij er over zegt, klinkt behoorlijk samenhangend. Hij zou dit oplossen.
Hij ging aan het werk, was er dagdelen druk mee - want zo gaat dat met computers, ze vreten je dagdelen. Soms leek het even beter te gaan, maar na korte tijd was het weer een beetje erger.
En toen begaf Word het.
's Nachts lag ik wakker. Ik piekerde: ik moest door, ik heb dat ding nodig voor werk en vrije tijd en alles wat er tussen zit. Vier jaar is niet oud voor een computer, volgens mij doen jullie er langer mee, maar kapot is kapot, en als er nog iets van te maken is, dan niet op korte termijn, want @Krekel was er inmiddels al zo'n twee weken mee in de weer, een kapotte harddisk kon hij ook niet verhelpen, het was sowieso een maandagmorgenmonster, van de twee knoppen die erop zaten, begaf na een paar weken de eerste het al. Gelukkig was dat niet de powerknop. En ook had ik de harde schijf al eens vervangen. Alles welbeschouwd had ik het nog best lang kunnen rekken. En ik moest dus door. Daarom dacht ik: geld of niet, ik koop een nieuwe computer.
Een helder inzicht, nu zou er een einde komen aan de ellende. Ik viel in slaap.
Maar dan had ik buiten Microsoft gerekend.
Abonneren op:
Reacties (Atom)










